Noord-Limburg

Eiken en hun bewoners

Bij een boswandeling loop je het gevaar om door het bos de bomen niet te zien, laat staan de bewoners ervan. Misschien draagt onderstaande korte impressie over mijn populaire boom, de eik, eraan bij dat u wat vaker blijft stilstaan om naar de details te kijken.

Eiken zijn opvallende en boeiende bomen. Ze zijn beeldbepalend in het landschap, belangrijk voor de biodiversiteit en leveren ons allerlei grondstoffen.
In Nederland komen van nature 2 inlandse eiken voor n.l. de zomereik (Qercus robur) en de wintereik (Quercus petraea). Daarnaast is in de 18e eeuw is de Amerikaanse eik (Quercus rubra) ingevoerd. Ook deze kun je inmiddels als ingeburgerd beschouwen. Wereldwijd komen er tientallen soorten en cultivars voor. Een aantal daarvan kun je in ons land bijv. aantreffen in arboretums, parken en tuinen.

De meeste eiken zijn bladverliezend. De bloemen zijn eenslachtig en de bomen zijn eenhuizig. Dit betekent dat op een boom mannelijke- en vrouwelijke  bloemen voorkomen.

Op en rond de eik leven veel organismen. Veel dieren gebruiken de bomen en boomschors als  broed-, schuil- en overwinteringsplaats en eten van de bladeren en eikels. Zo wordt beweerd dat het aantal wilde zwijnen in een gebied bepaald wordt door het aantal eikels.
Overal op de plant leven kleine beestjes, vooral geleedpotigen, die weer een voedselbron vormen voor bijvoorbeeld vogels. Opvallend zijn de, voor de mens overlast veroorzakende, eikenprocessierups en de eikenbladroller. Op bladeren en knoppen komen meer dan 40 soorten gallen voor. Deze worden veroorzaakt door wespen, mijten, muggen en schimmels. De grootste kever van Nederland, het vliegend hert, is voor de ontwikkeling van de larven afhankelijk van schimmels die voorkomen op dood eikenhout. Minder spectaculair zijn bijvoorbeeld insecten als eikenboorder, eikensigarenmaker en eikenspringsnuittor,
Rondom de bomen en op de stammen groeien veel planten als varens, (korst)mossen en schimmels. Sommigen zijn parasitair, anderen leven saprofitisch of epifitisch. Onder vochtige omstandigheden is de eik gevoelig voor de eikemeeldauwschimmel. Deze schimmel wordt gegeten door het 22-stippelig lieveheersbeestje. Opvallend zijn de biefstukzwam en de doolhofzwam. Dit zijn parasieten waaraan een boom uiteindelijk kan sterven. Voorbeelden van symbiotische paddenstoelen zijn kaneelmelkzwam en slanke amaniet. Op afgevallen eikels komen de eikeldopzwam en het eikelbekertje voor.

Eiken en producten kennen veel toepassingen. Zo gebruiken we de bomen voor het aanleggen van bossen, parken en wegafscheidingen. Door zijn hardheid is eikenhout populair als stookhout.  Toepassingen uit het verleden zijn hakhout, het looien van leer en eikels als voedsel voor landbouwhuisdieren.